|
De SEB heeft een speciale Adviescommissie in het leven geroepen om opdrachtgevers, zoals gemeenten, ertoe te bewegen hun opdrachten aan Erkende Bestratingsbedrijven te verstrekken. Voorzitter Jan de Pender erkent het belang van de commissie: “Er moet echter nog heel wat gebeuren in de relatiesfeer om opdrachtgevers, zoals gemeenten ervan te overtuigen dat het met Erkende Bestratingsbedrijven beter werken is. Als een van de drempels dient het misverstand, dat SEB-bedrijven duurder zijn dan niet-erkende bedrijven, uit de weg te worden geruimd. Want dat is namelijk niet zo.”
Werk aan de winkel
Volgens De Pender moet er nog een fikse steen gelegd worden, voordat opdrachtgevers en masse met gecertificeerde bestratingsbedrijven in zee gaan. “En dat terwijl het zo logisch is”, zegt De Pender. “SEB gecertificeerde bedrijven zijn organisatorisch in orde. Bovendien staat vanuit onze doelstelling de gezondheid van de medewerkers centraal. We willen dat ook gemeenten daarvan doordrongen zijn.”
Elk bestratingsbedrijf kan in principe het certificaat Erkend Bestratingsbedrijf ontvangen. Speerpunt van de SEB is de gezondheid van de medewerkers bij deze bedrijven. Daarnaast wordt in het kader van de toelatingseisen met tal van aspecten rekening gehouden. Naast de vanzelfsprekende vestigingsdocumenten moet een SEB-bedrijf ook in het bezit zijn van recente verklaringen betreffende zijn betalingsgedrag; hij moet beschikken over een Arbo-beleidsplan (RI&E + plan van aanpak) en een Arbo-jaaractieplan. “En niet onbelangrijk, ook op het gebied van scholing moeten SEB-bedrijven aan bepaalde eisen voldoen”, zegt De Pender. “Zo moet ten minste 60% van de medewerkers van een SEB-bedrijf in het bezit zijn van het diploma van Fundeon, voorheen SBW of van een gelijkwaardig geacht diploma. Op deze manier zorg je voor kwaliteit. En dat is toch één van de belangrijkste doelstellingen van de SEB.”
Pleidooi
De Pender houdt een warm pleidooi voor zijn eigen organisatie, die op dit moment aan alle kanten in beweging is. “Maar we zijn er nog niet”, zegt hij. “Er ontbreekt binnen de sector een belangencoördinatie die zorgt voor samenhang tussen partijen die op een of andere manier met elementverharding te maken hebben. De belangen van de leverancier, de ontwerper, de producent, opdrachtgevers en uitvoerende partijen moeten beter op elkaar worden afgestemd. Zo’n centrale club moet er komen. De belangen van de straatmaker zijn over het algemeen slecht gediend. Binnen een gecentraliseerde organisatie, waar verschillende partijen deel van uitmaken, kun je bijvoorbeeld de gezondheid van de straatmaker beter coördineren. Hij moet zodanig worden opgeleid dat hij ook na z’n veertigste nog probleemloos mee kan draaien binnen de branche in welke functie dan ook. Hier hebben alle betrokken partijen baat bij.”
De SEB Adviescommissie bestaat uit: Jan de Pender Anne Fokke de Vries Henk Vooijs Toon Schrijver
|