Apeldoorn staat voor grootscheepse vervanging van straatwerk

 

De gemeente Apeldoorn heeft maar liefst 10 miljoen vierkante meter wegvak te onderhouden. Veel daarvan stamt uit de tijd van sterke groei van na de Tweede Wereldoorlog en is de komende tien tot vijftien jaar aan vervanging toe. Net als bij nieuw straatwerk legt Apeldoorn de gevraagde kwaliteit vast in de bestekken die op de markt worden gebracht.

 

 

De gemeente probeert de grootscheepse vernieuwing van het straatwerk zo veel mogelijk te combineren met de energietransitie en met klimaatadaptatie. Voor de energietransitie is bijvoorbeeld de aanleg van warmtenetwerken nodig, waarvan de leidingen door de ondergrond voeren. Voor klimaatadaptatie is het onder meer nodig om zo veel mogelijk regenwater ter plaatse in de bodem te infiltreren, maar is ook meer groen nodig.

“We kijken daarbij of we wel dezelfde hoeveelheid straatwerk terug willen brengen of dat er stenen uit kunnen om plaats te maken voor groen. Soms kan een weg misschien helemaal vervallen, maar het zal meestal gaan om het versmallen van wegen in combinatie met het aanleggen van passeerplekken. Daarmee creëer je ruimte voor meer groen”, vertelt Michiel Bruins, hoofd van de afdeling Beheer & Onderhoud bij de gemeente Apeldoorn. Tevens is de waterdoorlatendheid van de nieuwe bestrating een belangrijk aspect. Apeldoorn gaat dus volop aan de slag met de vervanging, maar kijkt wel kritisch naar wat nodig is.

Bij de grote renovatie worden de wegen en straten tot op de fundering aangepakt en opnieuw opgebouwd. De combinatie met de aanleg van warmtenetten lijkt daardoor logisch. “We streven zo veel mogelijk naar die combinatie. Op hoofdlijnen lijkt die ook logisch, maar als je de diepte in duikt is het best lastig om het echt samen te laten vallen. Dan zijn er allerlei andere factoren die in de verschillende processen een rol spelen.”

 

Circulair materiaal

 

Waar Apeldoorn ook steeds kritischer naar kijkt is materiaalgebruik. Circulariteit is een belangrijk uitgangspunt, ook bij bestrating. “Dat leggen we ook in bestekken vast, bijvoorbeeld als het gaat om hergebruik van materialen. Deels is dat een taak voor de aannemer, maar deels ligt dat ook bij ons. We slaan onze eigen vrijkomende stenen op en hebben die digitaal gekwalificeerd. We weten wat we hebben en van welke kwaliteit dat is en kunnen dus bepalen waar dat materiaal kan worden hergebruikt. Dat betekent wel dat wij in dat geval dus de stenen leveren waar de aannemer mee moet werken en dat hij ze dus niet zelf inkoopt.”

Daaronder zijn ook wat Bruins noemt ‘typisch Apeldoornse producten’. Dan gaat het om stenen met een bepaalde kleur of een bepaald motief. “Dat maakt het voor Beheer & Onderhoud wel eens ingewikkeld. Voor vervanging heb je liever dat alles hetzelfde is en uitwisselbaar is. Maar stedenbouwkundigen en landschapsinrichters vinden het natuurlijk heel gaaf om daarmee een gebied een eigen karakter te geven. We kijken nu samen in welke gebieden we dat willen. Zo kun je die materialen bijvoorbeeld toepassen in het centrum. In een woonwijk hoeft dat niet. Daar heb je geen speciale stenen nodig maar vooral kwaliteit.”

 

Bestekken voor vervanging

 

De vervangingswerken die Apeldoorn op de markt brengt, zijn vooral de grote werken. Kleine reparaties en dagelijkse werkzaamheden worden gedaan door de eigen stratenmakers, die Apeldoorn in dienst heeft bij Beheer & Onderhoud. Die reageren vooral op meldingen, waarvan er per jaar maar liefst 20.000 binnenkomen bij de afdeling. De werken die op de markt komen, zijn vastgelegd in uitgebreide bestekken. “Daarvoor hanteren we dezelfde normen als voor nieuw straatwerk”, zegt Bruins.

Daarmee staat de gevraagde kwaliteit van dat straatwerk dus wel vast. Een directievoerder controleert of de stratenmaker die gevraagde kwaliteit ook levert. Daar ziet Bruins echter wel een knelpunt ontstaan. “Op de huidige arbeidsmarkt moet je er scherp op zijn dat je voldoende mensen hebt met voldoende kennis om een goede gesprekspartner te zijn voor het bestratingsbedrijf.”

 

Vertrouwen

 

Dat leidt er ook toe dat de afdeling goed kijkt op welke werken het extra toezicht houdt. “Als er nieuwe bedrijven voor ons aan de slag gaan, zullen we er dichter op zitten met het toezicht. Dat voorkomt ook dat we achteraf ellenlange discussies gaan voeren over de geleverde kwaliteit. Bij een bestratingsbedrijf dat we kennen en waarvan we weten dat die kwaliteit levert, kunnen we in vertrouwen van wat meer afstand toezien.”

Een certificering van een bedrijf zoals via de SEB is daarin ook een toegevoerde waarde, zo geeft Bruins aan. “We weten dat die bedrijven werken met goed opgeleide mensen en kwalitatief hoogwaardige producten. Dan heb je het aan de voorkant al goed geregeld, al zal er altijd een bepaalde mate van toezicht nodig blijven. Ook als gesprekspartner voor hoe je dingen oplost, die je in het werk tegenkomt.”