Goed straat-werk begint bij de kwaliteit van het materiaal

De SEB Erkenningsregeling is gericht op het realiseren van kwalitatief straat-werk. Hiervoor geldt dat alle onderdelen van de bestratingsconstructie dus ook dat kwalitatieve aspect in zich moeten hebben. Dus ook het materiaal!  

 

De Gemeente Amsterdam zorgt hiervoor met een eigen materiaalbeleid. Door de openbare ruimte te uniformeren en de inkoop te bundelen zijn de materialen goedkoper en in de hele stad uitwisselbaar.

 

 

Wat is een goede straat en wat is goed straatwerk? De gemeente Amsterdam (Partner van STRAATWERK Nederland)  hanteert – zoals veel gemeenten – een eigen handboek voor de inrichting van de openbare ruimte. In dat handboek zijn de inrichtingsprincipes en het materiaalgebruik vastgelegd. Bij de opzet daarvan wilde Amsterdam maatwerk als een soort puzzel in en aan elkaar laten sluiten. Dat gedachtengoed is vertaald in het handboek, dat de naam Puccini heeft gekregen. Die naam was enerzijds toevallig omdat er bij de vaststelling ambachtelijke bonbons van Puccini op tafel stonden, maar was tegelijk zeer toepasselijk omdat het bij beide gaat om de combinatie van hoge kwaliteit en eenheidsproduct.

 

Marcel van Hallem is mede verantwoordelijk voor de inhoud van dit handboek en toetst plannen of ze hieraan voldoen. Hij was twaalf jaar lang als materiaaldeskundige verbonden aan het Materiaalbureau van de Gemeente Amsterdam, tegenwoordig genaamd Stadswerken Logistiek. Momenteel werkt hij als senior adviseur Assetmanagement bij Verkeer en Openbare Ruimte (VOR) onder Stedelijk Beheer, waarbij uitgevoerde projecten aan hem worden opgeleverd en overgedragen voor beheer.

Deze ontvangende beheerders zitten in Amsterdam tegenwoordig al bij planvorming aan tafel om aandachtspunten en tips af te geven. De eisen en ervaring vanuit beheer maar ook het beleid worden hier al vroeg gedeeld. Deze stap is erg belangrijk geworden en blijkt grote voordelen op te leveren.

 

Bestekken toetsen

 

Stadswerken Logistiek is de organisatie die het contractmanagement in handen heeft en logistiek centrum is. Ze haalt alle materialen die voor projecten nodig zijn uit de bestekken en vertaalt deze naar offertes. Stadswerken Logistiek toetst die bestekken ook, geeft tips voor verbetering en kijkt of er niets vergeten is. Denk bijvoorbeeld aan halve tegels of passtukken voor een bestrating. Deze toetsing van bestekken vormt samen met het handboek Puccini de eerste stap naar goed kwalitatief straatwerk.

 

“Belangrijk in het proces is het bepalen van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van materialen. Certificeringen zoals KIWA, KOMO en NEN en   BRL ’s en de Erkenningsregeling borgen de kwaliteit van een product. Soms zijn de vereiste kwaliteit of eigenschappen ook in de wet vastgelegd. 

Maar per inkoopbestek moet je bijvoorbeeld bepalen welke stroefheid je vereist, welke sterkte, welke maattoleranties er in mogen zitten en binnen welke kleurenrange een product moet vallen.”

 

Discussie over kwaliteit

 

De eigenschappen worden vastgelegd in een inkoopbestek dat door opdrachtgever Verkeer en Openbare Ruimte (VOR) via de ‘leadbuyer’ Ingenieursbureau Amsterdam wordt weggezet in de markt. Waar normaliter vervolgens de aannemer zorgt draagt voor de juiste materialen heeft de Gemeente Amsterdam er voor gekozen om de inkoop zelf te doen via VOR, uitgevoerd door Stadwerken. Van Hallem ziet daarin diverse voordelen, waaronder het waarborgen van de beoogde kwaliteit. “Als in het bestek bijvoorbeeld een betonplaat is voorgeschreven dan gaat de aannemer veelal daar inkopen waar hij de meeste marge kan genereren. Dan kun je een hele discussie voeren of de betonplaat die de aannemer inkoopt, is wat je wilt. Het is lastig om dat helemaal in een bestek vast te leggen. Een andere mogelijkheid is om monsters op te vragen om te beoordelen, maar dan heb je te maken met een persoonlijk beoordelaar die telkens iemand anders kan zijn.”

 

Circulair hergebruik

 

Een groot voordeel ziet Van Hallem vooral in de uitwisselbaarheid van producten. “Verschillende leveranciers hebben allemaal net even andere verbindingen en maatvoeringen. Laten we zeggen merk A past niet op merk B. Die producten kun je dus niet door elkaar heen gebruiken. De uitstraling is soms net anders, maar ook de kwaliteit verschilt. Met centrale inkoop bereiken we eenheid in uitstraling, maar ook uitwisselbaarheid door de hele stad heen. Als in Noord iets wordt weggehaald, kunnen we dat in Zuid hergebruiken. Dat verhoogt de circulariteit van materialen.”

 

Daarbij is de Gemeente Amsterdam scherper geworden op vrijkomende materialen. Zo blijkt oude zogenaamde onderbestrating’ (gelegen onder bijvoorbeeld een asfaltlaag) vaak van meer waarde dan gedacht en zijn deze materialen nog zeer goed herbruikbaar, met name voor historische wijken of straatjes met een beeldbepalend karakter, maar ook voor in parkeervakken. Ook dat is circulair materiaalgebruik.

 

Duurzame producten

 

“Onze werkwijze maakt het ook mogelijk om in te kopen in bulk. Een leverancier kan hierdoor ook meer in voorraad gaan produceren als hij weet dat wij bepaalde quota af gaan nemen. Dat maakt het goedkoper. En je kunt duurzaamheid meenemen in de inkoop, zoals een bepaalde mate van gerecyclede grondstoffen of het gebruik van producten met minder cement en minder emissie. Zo werken we in Amsterdam met tegels van 45 mm dikte in een hardere persing. Daardoor hoeven we niet naar tegels van 50 mm en dat scheelt materiaal en milieubelasting.”

 

Het inkoopvoordeel komt volgens Van Hallem ten goede aan de stad en daarmee aan de burgers in de stad. Soms is hierdoor ook meer geld beschikbaar voor de inrichting van bijzondere plekken, waardoor daar dan bijvoorbeeld weer natuursteen kan worden toegepast. “Het is niet zo dat alles eenheidsworst is.”

 

 

Grootste inkoper

 

De gemeente Amsterdam is samen met de gemeente Rotterdam de grootste inkoper van bestratingsmateriaal, geeft Van Hallem aan. Daarmee is het een opdrachtgever die in beeld is bij diverse instanties en zo ook meepraat bij bijvoorbeeld KIWA en het CROW. Ze deelt en haalt kennis bij collega’s van andere gemeenten en zit in ketenverenigingen zoals Straatwerk Nederland. Als prominente opdrachtgever vindt Amsterdam dat ze ook voorop moet blijven lopen bij nieuwe ontwikkelingen. Zo speelt Amsterdam een actieve rol in de ontwikkeling van bouwhubs aan de rand van de binnenstad, waarmee veel overlast, milieubelasting en schade in de binnenstad wordt voorkomen.

 

Vakmanschap

 

“De kwaliteit van straatwerk zit ook in gekwalificeerd personeel, want alleen een vakman kan goed werk maken”, voegt Van Hallem daar aan toe. “Dat vakmanschap kun je zichtbaar maken en verzilveren met het behalen van certificaten als de SEB-Erkenning. De certificering van personeel is steeds meer een vereiste in Nederland. Aannemers kunnen zichzelf op de kaart zetten met de juiste scholing en trainingen en steeds vaker wordt deze als minimale eis gesteld bij contracten van gemeenten.”

 

Van Hallem is van mening dat de centrale inkoop van grote invloed is op de uiteindelijke kwaliteit van het straatwerk en de inrichting van de openbare ruimte. “Eenheid, massa, maatvastheid, kwaliteitscontrole en vakbekwaam personeel geven je veel terug. De gemeente Amsterdam heeft daarbij voldoende schaalgrootte om inkoopvoordelen te behalen en om daarvoor een eigen organisatie op te zetten, maar kleinere gemeentes zouden daarvoor prima met elkaar kunnen samenwerken. En je ziet dat ook kleinere aannemers werken met inkooporganisaties, om zo te kunnen concurreren met grote aannemers.”